Jan
Toorop: Kunstvernieuwer met Indische roots
De
tentoonstelling 'De wereld van Jan Toorop' mag een keerpunt
genoemd worden. Eindelijk wordt de focus gericht op de Javaanse roots
van de toenmalige sterschilder Jan Toorop (1858-1928). In deze eeuw
hebben we vier grote publiekstentoonstellingen van Jan Toorop's
werk gezien. De laatste in 2016 in Kunstmuseum Den Haag, samen met
werk van de vele vakbroeders en zusters die hem geïnspireerd
hebben. In de Haagse catalogus van toen lezen we: "De huidige
tentoonstelling verschaft helderheid in zijn leven en werk."
Curieus, geen woord over Java, waar Toorop geboren was en dat de inspiratie
voor zijn oeuvre vormde.
Door
Peter van Dijk
| Toorop
heeft zelf in een van zijn schaarse interviews in 1925, drie
jaar voor zijn dood, gezegd: "Indië heeft veel voor
mij betekend. Indië kan niet uit mij worden weggedacht.
De grondslag van mijn werk is Oosters. De mooie, half-Chinese
omgeving op Banka en de Oosterse natuur daar in Indië
hebben mij het eerst met schoonheid in aanraking gebracht."
(Susan Legêne, De Gids 2008, pag. 395)
Toch is Indië lange tijd wel uit Toorop's leven 'weggedacht'.
Door zijn Nederlandse landgenoten. Op 14-jarige leeftijd,
als zoon van een Nederlandse bestuursambtenaar en een Indo-Europese/Chinese
moeder, werd Jan naar Nederland gestuurd voor zijn scholing.
In het begin van zijn kunstenaarsloopbaan, eind 19de eeuw,
werd hij in perskritieken nogal eens met het Nederlandse rasvooroordeel
geconfronteerd. Indische kunstnijverheid werd kinderlijk en
naïef gevonden in de Nederlandse pers. Een oordeel dat
ook over de persoon Toorop werd uitgesproken. Een Indo werd
in het algemeen als inferieur beschouwd, hij moest zeker niet
proberen zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken.
Zelfs
de verlichte arts en schrijver Frederik van Eeden noteerde
in zijn dagboek over Toorop: "Ik mag hem graag, maar
voel eenig rasverschil, in zijn karakter." (cat. p.20) |
|
| |
Jan
Toorop, 'Zelfportret met rode baret', 1881, waterverf op aquarelpapier,
28,8 x 18,5 cm. Singer Laren, bruikleen uit particulier bezit. |
Hors
Concours
Maar een Indo die zo talentvol en vernieuwend schilderde, zo 'hors
concours' (onvergelijkbaar) was, kon je tenslotte maar beter omarmen
als 'een van ons'. Dat deden z'n schilderende vakbroeders van meet
af aan enthousiast. De kranten volgden door te vertellen welke Europese
collega's hem geïnspireerd hadden. Java was een terzijde. Wat
betreft de invloed van die Europese collega's, dat klopte wel. Toorop
reisde veel rond in Europa en pikte overal de laatste stromingen op,
zoals het pointillisme, de art nouveau, het symbolisme. Hij kende
vele vakbroeders, Paul Gauguin, Paul Signac, James Abbott Mc Neill
Whistler, Floris Verster, Johan Thorn Prikker, Piet Mondriaan, James
Ensor, Georges Seurat, Odilon Redon, William Degouve de Nuncques,
enz. Jan Toorop was een mooie man. Groot, slank, met ravenzwarte haardos,
baard en snor. Jo van Gogh-Bonger omschreef hem in 1892 als 'charmant
als altijd, - menselijk, eenvoudig, innemend'. (cat.p.19) Hij had
charisma. De Engelse portrettist William Rothenstein (1872-1945) dichtte
hem 'the physical glamour of a portrait by Titian or Tintoretto' toe.
(cat.p.19)
Rond
1900 gold Toorop als de meest avantgardistische kunstenaar van Nederland.
Zijn werk was te zien in Den Haag en Wenen, Brussel en Londen, Kopenhagen
en Parijs. Van de kunstenaars die hem beïnvloed hebben of hij
hen, hangen op de huidige tentoonstelling in Laren vele voorbeelden,
portretten, schilderijen, boekomslagen, zoals ook op vorige Tooroptentoonstellingen.
En het is interessant om 'Ida het Vissersmeisje' (1851) van Jozef
Israëls naast 'Melancholie' (1891) van Toorop (1891) te zien.
Realisme versus dromerige mistigheid, en de verwantschap is toch onmiskenbaar.
Van
Gogh
Dankzij zijn internationale oriëntatie en door de tentoonstellingen
die hij organiseerde van het werk van zijn avant-gardistische Europese
collega's, gaf Toorop impulsen van vernieuwing aan de ingeslapen Nederlandse
kunstwereld. Toorop was ook een van de eersten die het genie van Vincent
van Gogh herkende. Zijn eigen werk hing begin 1890 in Brussel bij
Les XX (een salon van twintig anti-establishment kunstenaars) naast
zes werken van Vincent van Gogh, waaronder 'Zonnebloemen' (1888) en
de 'Rode Wijngaard' (1888).
| 
|
Toorop was verrast door het ongekende kleurgebruik, vooral
door het geel van de onbekende Nederlandse schilder. Zijn
enthousiasme voor Van Gogh drukte hij uit in zijn eigen schilderij
'Vloed' (1891), met een lopende visser in de branding, in
een geel vest en een overwegend gele zee. Het jaar daarop
al organiseerde hij voor de Haagse Kunstkring de eerste grote
tentoonstelling van 91 werken van Vincent van Gogh, uit de
verzameling van Theo van Gogh's weduwe Jo Bonger. De waarde
van de tentoonstelling in Laren zit niet zozeer in het overzicht
van wederzijdse Europese invloeden, hoe aantrekkelijk ook,
maar vooral in het aantonen van de invloed van het Indische
verleden op de schilder Toorop. De catalogus of de audiotour
is daarbij een onmisbaar hulpmiddel. |
Jan
Toorop, 'Landschap met vaart' (de kastanje boom), 1889, olieverf
op doek, 66 x 76,2 cm, Dordrechts Museum, schenking Hidde
Nijland, 1912.
|
|
Oude
familie
De familie Toorop woonde, bij de geboorte van Jan, al bijna honderd
jaar op Java. Jans moeder was van gemengde Brits-Indo-Europese afkomst.
Thuis sprak Jan Nederlands, behalve met zijn baboe (kindermeisje),
met haar sprak hij Maleis. De witte Europeanen (totoks) stonden op
de hoogste sport van de maatschappelijke ladder, op de laagste stonden
de oorspronkelijke bevolking, de Chinezen, Arabieren en Indiërs.
Indo-Europeanen zaten daartussen in. Vader Toorop kreeg toen Jan zes
jaar was een mooie betrekking bij de tinmijnen van Bangka. Op dat
eiland tussen Sumatra en Borneo, speelde Jan het liefst met zijn Chinese
vriendjes. Ook ging hij geregeld met zijn vader op inspectiereis en
bezocht boeddhistische tempels en ontdekte fascinerende dieren. Zelf
vertelde hij over die tijd: 'De mooie half-Chineesche omgeving op
Banka en de oosterse natuur hebben mij het eerst met schoonheid in
aanraking gebracht. De op je fantasie werkende kleding, de mooie stoffen,
(…) de masker-spelen".
Hechting
Veertien jaar oud arriveerde hij in Nederland voor zijn opleiding.
Hij woonde eerst in Leiden, waar zijn oudere broer studeerde. Om hechting
te voorkomen moest hij, zo vertelde hij zelf, van zijn vader geregeld
wisselen van gastgezin (zie noot 19, cat. p.166). Daardoor was hij
op zichzelf aangewezen en vaak verdrietig. Zijn ouders zou hij nooit
meer zien. Na Leiden ging Jan naar de HBS in Delft en daarna een jaar
naar de Polytechnische School, in dezelfde stad, ter voorbereiding
van een carrière als koloniaal bestuursambtenaar. Van zijn
vader mocht hij uiteindelijk in 1880 switchen naar de Rijksacademie
in Amsterdam. Daar kwam hij tot rust. Hij las Max Havelaar, werd vrienden
met kunstenaars als Antoon Derkinderen en Jan Veth, een huisgenoot.
De laatste beschreef Toorops kamer als 'dieper van kleur en warmer
van heimelijkheid dan de onze. Ik geloof dat hij er wat gloed van
Oosterse lappen en wat wirwar van Indische wapens had aangebracht'.
(cat. 29) In zijn eerste werken schildert Toorop zichzelf in deze
kamer als een wat melancholieke jongeman tussen gebatikte sarongs
en klewangs (kort zwaard), de strijkstok van een rebab (Javaans snaarinstrument)
in de hand ('Zelfportret', 1881).
Brussel
Tegen de zin van zijn leraren vertrok Toorop in september 1882 met
zijn vriend Derkinderen naar de Academie in Brussel, dat de reputatie
had internationaler en vooruitstrevender te zijn dan het behoudende
kunstmilieu van Amsterdam. Zijn
vrienden in Amsterdam beschreven hem als een timide en teruggetrokken
leerling. In Brussel leefde hij op, was welbespraakt en werd de spil
van het artistieke leven. Hij schildert op twee vrijwel even grote
vellen papier, in waterverf, twee modellen. Een Javaanse vrouw met
waaier en een man met een schaal in zijn handen. In warme, kleurrijke
patronen. Zwierig werk. Op het 'Zelfportret' uit 1883 is die verandering
in hem zichtbaar. De jonge schilder zit aan zijn werktafel tussen
verf en boeken, kwast in de hand, slappe hoed op het hoofd. Een jonge
zelfbewuste kunstenaar, die duidelijk weet dat hij boven het maaiveld
uitsteekt. Hij
bleef overigens niet braaf in de collegebanken zitten. Hij bezocht
de musea, maar nog liever slenterde hij langs de boulevards van Brussel
om arbeiders te observeren en te tekenen. 's Avonds at hij graag met
hen.
| Courbet
Een resultaat van die straatobservaties is het schilderij
'l'Enterrement' (1883). Werklieden nemen hun hoed en pet af
voor een begrafenisstoet. De voorgrond met de mannen is donker,
de omgeving en achtergrond zijn licht geschilderd. Toorop
experimenteerde volop met verschillende technieken en stijlen.
Dit schilderij doet denken aan het realisme van Gustave Courbet,
van wie hij het jaar ervoor werk had gezien bij een bezoek
aan Parijs. 'L'enterrement' werd wisselend ontvangen door
de Belgische kritiek. 'Toorop zoekt nog zijn weg, maar we
twijfelen of hij deze zal vinden'. Opmerkingen als 'Delicaat
en gedurfd', naast 'dof en onzekere hand'. Waardering kregen
de oriëntaalse details, zoals het contrast tussen donker
en licht, als op Japanse kamerschermen, of het Javaanse meisje
dat achter een van de wegwerkers op een bankje zit. (cat.p71)
Met de erkenning van Toorop's achtergrond als 'superbe Javanais',
zoals Paul Verlaine hem omschreef, krijgt zijn werk andere
betekenissen dan alleen maar de constatering 'duidelijke invloed
van Signac, van Gauguin, Jozef Israëls, Mondriaan, etc.'
Zoals Toorop zelf stelde: 'Iemand die mij niet ziet in mijn
oosterse gedachtewereld en de bezwerende teksten niet verstaat
die ik in de kunst heb aangevoeld, kan mijn werk niet begrijpen'.
|
|
| |
Jan
Toorop, 'Zelfportret in het atelier met Javaanse gewaden',
1880, olieverf op doek, 45 x 32,5 cm. Kunstmuseum Den Haag. |
Huwelijk
In Brussel ontmoette Toorop in de zomer van 1884 'de mooie elegante'
Annie Hall, een Schotse die in Ierland geboren was in een welvarend
gezin en in Londen woonde. Ze vertrokken in de herfst samen naar Londen,
waar de tegenstellingen tussen arm en rijk nog schrijnender waren
dan in Brussel en die hem diep troffen. Hij maakte eindeloos veel
tekeningen van straatsloebers, arbeiders en muzikanten. Zijn werk
verkopen in Londen lukte niet. Wel na terugkeer in Brussel. Hij trouwde
met Annie in 1886 en schilderde haar en haar zussen ettelijke malen
in rijke witte jurken. Maar het zou geen gelukkig huwelijk worden.
Jan was een wispelturige, ontrouwe bon vivant. Al voor zijn huwelijk
had hij syfilis opgelopen.
Vanaf
1887 brak een ellendige periode aan voor het echtpaar Toorop-Hall.
In september van dat jaar verloren zij hun pas geboren dochtertje.
Jan dreigde door de syfilis ook nog eens blind te worden en verlamd
in zijn benen. Hij wist niet of hij ooit weer zou kunnen schilderen.
Hij liet zich behandelen in een Brussels ziekenhuis en daar kreeg
hij een nieuwe klap te verwerken: zijn vader, die hem financieel steunde,
was gestorven. Om vrede te verwerven in deze periode van dood en verdriet,
vond hij zichzelf terug in zijn eigen cultuur. Hij las in het ziekenhuis
de Veda-geschriften en Oosterse drama's (Jenny Reynaerts, Spiegel
van de werkelijkheid, Rijksmuseum 2019, p. 344). En hij herstelde
enigszins van zijn ziekte. In 1890 keerden Jan en Annie terug in Nederland
en vonden een huis in Katwijk aan Zee. De huwelijkscrisis was nog
niet voorbij en is eigenlijk nooit gestopt, op een korte periode na,
na Jans toetreding tot het katholieke geloof van Annie.
Nieuwe
stijl
In Katwijk probeerde Jan in een nieuwe stijl vorm te geven aan zijn
gevoelens. Hij greep terug op de kleuren uit zijn jeugd en stilistische
elementen uit de batikpatronen. Hij noemde het werk de 'Hetaere' (1890),
de courtisane. De jonge vrouw in de voorstelling lijkt op een stralende
jonge bruid, in haar half-transparante zwierige gewaad, met okergele
en blauwachtige kleuren. Het werk kan getypeerd worden als 'pictorial
fusion', een mengsel van oosterse en westerse technieken: olieverf
en potlood, krassen met het hout van het penseel, en van voorstellingen:
de slang aan de voeten van de Hetaere en de Hollandse bloemen. De
vissers op het schilderij dragen Hollandse kledij. De vrouwen hebben
Aziatische gezichten, getekend met potlood, onder geverfde witte Zeeuwse
mutsjes. De achtergrond, de zee, is dun geschilderd en de voorgrond,
de jungle, zeer dik.
| 
|
Met
dit schilderij begon Toorops symbolistische periode, waarbij
lijn en kleur bedoeld zijn om een bepaalde gevoelsstemming
weer te geven. De 'Hetaere' is nogal vrolijk van kleur,
maar in dit geval is vooral het onderwerp de sleutel naar
het toenmalige gemoed van Toorop.
Oorspronkelijk
had Toorop dit schilderij 'Vrouw van de zee' genoemd, vermoedelijk
naar een toneelstuk van Henrik Ibsen, dat over een vrouw
gaat die maar niet kan kiezen tussen haar man en gezin,
en een matroos waar ze mateloos verliefd op was geworden.
Toorop zat in eenzelfde crisis, alleen was hij het die niet
kon kiezen. Zijn crisis werd nog verergerd door zijn ziekte,
de dood van zijn kindje en het overlijden van zijn vader.
|
Jan
Toorop, 'O Grave, where is thy Victory?', 1892, potlood en
krijt op papier, 60,4 × 75,3 cm. Bruikleen van het Rijksmuseum,
Amsterdam. |
|
Charley
De geboorte van zijn tweede dochtertje, Charley, inspireerde Toorop
tot een optimistischer werk, 'De nieuwe generatie' (1892). In het
midden van een Oosters ogend sprookjesbos, vol grillige planten, rare
beesten, geschilderd in dikke strepen en grillige patronen van paarse,
groene, purper en blauwe kleuren die zich herhalen, zit een meisje
op een kinderstoel. Je zou zeggen, een variant op Alice in Wonderland.
In
dezelfde periode tekende Toorop met potlood en krijt op papier elegante,
uitgerekte vrouwenfiguren, met blote borsten en lange armen, eindeloos
golvend haar en heel lange vingers. Eigenlijk zoals de Javaanse Wajang-koelit
poppen uit het traditionele wajang schaduw spel. (cat. 45) Ze lijken
als goede en kwade geesten rond te zweven in 'De drie bruiden' (1891),
'Oh Grave, where is the victory?' (1892) en 'Fatalisme' (1893). In
'Fatalisme' heten zij 'sylphiden' die, zo zegt Toorop zelf, de kwade
krachten van het noodlot belichamen, in de 'Drie bruiden' heten ze
'serafijnen', engelen van de hoogste rang en in 'Oh grave' zijn het
vrouwen in het zwart die hun prooi overrompelen en verslinden. Hoewel
sylphiden in de romantiek zeker geen kwade krachten, maar lichte luchtwezens
zijn, met soms verleidingskracht, is duidelijk dat Jan Toorop een
wisselend vrouwbeeld wilde laten zien met zijn eigen bijbehorende
associaties.
Slaolie
Toorop wilde als sociaal bewogen kunstenaar zijn kunst ook toegankelijk
maken voor een breed publiek. Hij ging in 1894 akkoord met een opdracht
voor de Delftsche Slaolie fabriek. De lange dunne 'Javaanse' vrouwen
keerden terug in een affiche, dat wel het bekendste affiche uit de
Nederlandse reclame-geschiedenis geworden is. De Nieuwe Kunst (Art
nouveau), verwant aan de Japanse tekenkunst en voor Toorop aan de
Javaanse dans, kreeg van het brede publiek als bijnaam: 'slaoliestijl'.
De raadselachtige Toorop werd in die tijd nog steeds niet alom gewaardeerd.
Een recensent noemde hem 'een delicate barbaar' (cat.52), Lodewijk
van Deyssel zette Toorop neer als een 'vermenselijkt dier', diep verbonden
met de aarde en zijn land van herkomst (cat.52).
Slechts
één enkel kunstwerk liet Toorop in zijn land van herkomst
achter. Boven de ingang van het pand Gedung Singa in Surabaya, ontworpen
door H.P. Berlage voor de Levensverzekeringsfirma De Algemene, is
een tegelplateau van Toorop ingemetseld. Het heeft overeenkomsten
met zijn tegeltableau in de Amsterdamse Beurs, ook van Berlage, maar
is raadselachtiger. De middenfiguur is een man met uitgespreide vleugels.
Als een beschermengel zorgt hij voor vrouw en kinderen. Op zijn borst
staat een omgekeerde passer als een A, een symbool uit de vrijmetselarij.
De bloemen kunnen pinksterbloemen zijn, die staan voor hoop. De linker
vrouw is duidelijk een Europese dame in moderne reformstijl, de rechter
vrouw is een Indonesische gekleed in sarong en kebaya. Beide dames
zijn even groot, gelijk dus.
Beurs
van Berlage
| In
Nederland zijn ook een paar tegeltableau's van Toorop te zien.
In het Kunstmuseum in Den Haag en in Haarlem in de kathedraal
St. Bavo. De bekendste is aangebracht in de muren van de Bistro
van de Amsterdam Beurs, 'Heden', 'Verleden' en 'Toekomst'.
Een interpretatie van de menselijke geschiedenis op zijn Toorops,
sociaal en spiritueel bewogen. Het Verleden toont een onschuldige
maagd tegen de achtergrond van zwoegende slaven. Dat was de
tijd van sloven en onderdanigheid. In het Heden staan arbeider
en vrouw naast elkaar, verenigd in hun emancipatie. In dit
tableau zijn oosterse en westerse kenmerken met elkaar verbonden.
In de Toekomst laat Toorop de geestelijke en materiële
wereld samenvloeien bij de put van Jacob. Christus spreekt
met een Samaritaanse vrouw (Johannes 4) over het ervaren van
eeuwige vriendschap met God, een boer staat terzijde en in
de tuin achter de put zijn gelukkige paartjes te zien.
Doop
Toorop was een gelovig mens. In 1905 lieten hij en zijn dochter
Charley zich dopen in de katholieke kerk. Annie, zijn vrouw,
was al van huis uit katholiek. Het katholieke geloof en de
bijbehorende dogma's gaven Toorop geestelijke houvast en rust.
Jan, die constant worstelde met zijn overspeligheid en huwelijkstrouw,
hoopte op deze wijze ook de crisis in zijn huwelijk te bezweren.
|
|
| |
Jan
Toorop, 'Delftsche Slaolie', 1894, lithografie, 95 x 62,5
cm. Bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam. |
Zijn
katholieke geloof uitte hij in de laatste periode van zijn leven in
geometrische schilderijen van de staties en heiligen. Geometrische
vormen, strakheid en strengheid, zorgden behalve voor rust en ontroering,
ook voor een zekere monotonie. Los
van Indië is ook het 'Europese' werk van Toorop, zoals 'De zee'
(1887), 'De arrestatie' (1885), 'Landschap met vaart' (1889) een bezoek
aan Singer waard. Per slot legde Toorop de basis voor het modernisme
in ons land. Bovendien krijgt de bezoeker ook nog eens werk te zien
van vele beroemde tijdgenoten die hem beïnvloed hebben, zoals
Paul Signac, Matthijs Maris, Floris Verster, Maurice Denis, James
Ensor, Jozef Israëls, Vincent van Gogh, Georges Seurat. Om er
slechts een paar te noemen.
De
werelden van Jan Toorop, t/m 10 mei 2026, Singer Laren, Oude Drift
1, Laren. Website: www.singerlaren.nl.
Peter
van Dijk is journalist.
Terug
naar boven | Print
dit artikel! |
LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACTUEEL
|
|