Mrt. - mei 2026, 21e jg. nr.1. Eindredactie: Rob den Boer. E-mail: redactie.bkj@gmail.com.
 
VOORKANT ACTUEEL AGENDA UITGELICHT ARCHIEF COLOFON 
voorpagina
artikel
recensies van tentoonstellingen actuele exposities
Nederland België
opmerkelijke
kunstberichten
artikelen uit  
vorige nummers

over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Jan Toorop: Kunstvernieuwer met Indische roots

De tentoonstelling 'De wereld van Jan Toorop' mag een keerpunt genoemd worden. Eindelijk wordt de focus gericht op de Javaanse roots van de toenmalige sterschilder Jan Toorop (1858-1928). In deze eeuw hebben we vier grote publiekstentoonstellingen van Jan Toorop's werk gezien. De laatste in 2016 in Kunstmuseum Den Haag, samen met werk van de vele vakbroeders en zusters die hem geïnspireerd hebben. In de Haagse catalogus van toen lezen we: "De huidige tentoonstelling verschaft helderheid in zijn leven en werk." Curieus, geen woord over Java, waar Toorop geboren was en dat de inspiratie voor zijn oeuvre vormde.

Door Peter van Dijk

Toorop heeft zelf in een van zijn schaarse interviews in 1925, drie jaar voor zijn dood, gezegd: "Indië heeft veel voor mij betekend. Indië kan niet uit mij worden weggedacht. De grondslag van mijn werk is Oosters. De mooie, half-Chinese omgeving op Banka en de Oosterse natuur daar in Indië hebben mij het eerst met schoonheid in aanraking gebracht." (Susan Legêne, De Gids 2008, pag. 395)

Toch is Indië lange tijd wel uit Toorop's leven 'weggedacht'. Door zijn Nederlandse landgenoten. Op 14-jarige leeftijd, als zoon van een Nederlandse bestuursambtenaar en een Indo-Europese/Chinese moeder, werd Jan naar Nederland gestuurd voor zijn scholing. In het begin van zijn kunstenaarsloopbaan, eind 19de eeuw, werd hij in perskritieken nogal eens met het Nederlandse rasvooroordeel geconfronteerd. Indische kunstnijverheid werd kinderlijk en naïef gevonden in de Nederlandse pers. Een oordeel dat ook over de persoon Toorop werd uitgesproken. Een Indo werd in het algemeen als inferieur beschouwd, hij moest zeker niet proberen zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken.

Zelfs de verlichte arts en schrijver Frederik van Eeden noteerde in zijn dagboek over Toorop: "Ik mag hem graag, maar voel eenig rasverschil, in zijn karakter." (cat. p.20)

 
Jan Toorop, 'Zelfportret met rode baret', 1881, waterverf op aquarelpapier, 28,8 x 18,5 cm. Singer Laren, bruikleen uit particulier bezit.

Hors Concours
Maar een Indo die zo talentvol en vernieuwend schilderde, zo 'hors concours' (onvergelijkbaar) was, kon je tenslotte maar beter omarmen als 'een van ons'. Dat deden z'n schilderende vakbroeders van meet af aan enthousiast. De kranten volgden door te vertellen welke Europese collega's hem geïnspireerd hadden. Java was een terzijde.
Wat betreft de invloed van die Europese collega's, dat klopte wel. Toorop reisde veel rond in Europa en pikte overal de laatste stromingen op, zoals het pointillisme, de art nouveau, het symbolisme. Hij kende vele vakbroeders, Paul Gauguin, Paul Signac, James Abbott Mc Neill Whistler, Floris Verster, Johan Thorn Prikker, Piet Mondriaan, James Ensor, Georges Seurat, Odilon Redon, William Degouve de Nuncques, enz. Jan Toorop was een mooie man. Groot, slank, met ravenzwarte haardos, baard en snor. Jo van Gogh-Bonger omschreef hem in 1892 als 'charmant als altijd, - menselijk, eenvoudig, innemend'. (cat.p.19) Hij had charisma. De Engelse portrettist William Rothenstein (1872-1945) dichtte hem 'the physical glamour of a portrait by Titian or Tintoretto' toe. (cat.p.19)

Rond 1900 gold Toorop als de meest avantgardistische kunstenaar van Nederland. Zijn werk was te zien in Den Haag en Wenen, Brussel en Londen, Kopenhagen en Parijs. Van de kunstenaars die hem beïnvloed hebben of hij hen, hangen op de huidige tentoonstelling in Laren vele voorbeelden, portretten, schilderijen, boekomslagen, zoals ook op vorige Tooroptentoonstellingen. En het is interessant om 'Ida het Vissersmeisje' (1851) van Jozef Israëls naast 'Melancholie' (1891) van Toorop (1891) te zien. Realisme versus dromerige mistigheid, en de verwantschap is toch onmiskenbaar.

Van Gogh
Dankzij zijn internationale oriëntatie en door de tentoonstellingen die hij organiseerde van het werk van zijn avant-gardistische Europese collega's, gaf Toorop impulsen van vernieuwing aan de ingeslapen Nederlandse kunstwereld. Toorop was ook een van de eersten die het genie van Vincent van Gogh herkende. Zijn eigen werk hing begin 1890 in Brussel bij Les XX (een salon van twintig anti-establishment kunstenaars) naast zes werken van Vincent van Gogh, waaronder 'Zonnebloemen' (1888) en de 'Rode Wijngaard' (1888).

Toorop was verrast door het ongekende kleurgebruik, vooral door het geel van de onbekende Nederlandse schilder. Zijn enthousiasme voor Van Gogh drukte hij uit in zijn eigen schilderij 'Vloed' (1891), met een lopende visser in de branding, in een geel vest en een overwegend gele zee. Het jaar daarop al organiseerde hij voor de Haagse Kunstkring de eerste grote tentoonstelling van 91 werken van Vincent van Gogh, uit de verzameling van Theo van Gogh's weduwe Jo Bonger. De waarde van de tentoonstelling in Laren zit niet zozeer in het overzicht van wederzijdse Europese invloeden, hoe aantrekkelijk ook, maar vooral in het aantonen van de invloed van het Indische verleden op de schilder Toorop. De catalogus of de audiotour is daarbij een onmisbaar hulpmiddel.
Jan Toorop, 'Landschap met vaart' (de kastanje boom), 1889, olieverf op doek, 66 x 76,2 cm, Dordrechts Museum, schenking Hidde Nijland, 1912.

Oude familie
De familie Toorop woonde, bij de geboorte van Jan, al bijna honderd jaar op Java. Jans moeder was van gemengde Brits-Indo-Europese afkomst. Thuis sprak Jan Nederlands, behalve met zijn baboe (kindermeisje), met haar sprak hij Maleis. De witte Europeanen (totoks) stonden op de hoogste sport van de maatschappelijke ladder, op de laagste stonden de oorspronkelijke bevolking, de Chinezen, Arabieren en Indiërs. Indo-Europeanen zaten daartussen in. Vader Toorop kreeg toen Jan zes jaar was een mooie betrekking bij de tinmijnen van Bangka. Op dat eiland tussen Sumatra en Borneo, speelde Jan het liefst met zijn Chinese vriendjes. Ook ging hij geregeld met zijn vader op inspectiereis en bezocht boeddhistische tempels en ontdekte fascinerende dieren. Zelf vertelde hij over die tijd: 'De mooie half-Chineesche omgeving op Banka en de oosterse natuur hebben mij het eerst met schoonheid in aanraking gebracht. De op je fantasie werkende kleding, de mooie stoffen, (…) de masker-spelen".

Hechting
Veertien jaar oud arriveerde hij in Nederland voor zijn opleiding. Hij woonde eerst in Leiden, waar zijn oudere broer studeerde. Om hechting te voorkomen moest hij, zo vertelde hij zelf, van zijn vader geregeld wisselen van gastgezin (zie noot 19, cat. p.166). Daardoor was hij op zichzelf aangewezen en vaak verdrietig. Zijn ouders zou hij nooit meer zien. Na Leiden ging Jan naar de HBS in Delft en daarna een jaar naar de Polytechnische School, in dezelfde stad, ter voorbereiding van een carrière als koloniaal bestuursambtenaar. Van zijn vader mocht hij uiteindelijk in 1880 switchen naar de Rijksacademie in Amsterdam. Daar kwam hij tot rust. Hij las Max Havelaar, werd vrienden met kunstenaars als Antoon Derkinderen en Jan Veth, een huisgenoot. De laatste beschreef Toorops kamer als 'dieper van kleur en warmer van heimelijkheid dan de onze. Ik geloof dat hij er wat gloed van Oosterse lappen en wat wirwar van Indische wapens had aangebracht'. (cat. 29) In zijn eerste werken schildert Toorop zichzelf in deze kamer als een wat melancholieke jongeman tussen gebatikte sarongs en klewangs (kort zwaard), de strijkstok van een rebab (Javaans snaarinstrument) in de hand ('Zelfportret', 1881).

Brussel
Tegen de zin van zijn leraren vertrok Toorop in september 1882 met zijn vriend Derkinderen naar de Academie in Brussel, dat de reputatie had internationaler en vooruitstrevender te zijn dan het behoudende kunstmilieu van Amsterdam.
Zijn vrienden in Amsterdam beschreven hem als een timide en teruggetrokken leerling. In Brussel leefde hij op, was welbespraakt en werd de spil van het artistieke leven. Hij schildert op twee vrijwel even grote vellen papier, in waterverf, twee modellen. Een Javaanse vrouw met waaier en een man met een schaal in zijn handen. In warme, kleurrijke patronen. Zwierig werk. Op het 'Zelfportret' uit 1883 is die verandering in hem zichtbaar. De jonge schilder zit aan zijn werktafel tussen verf en boeken, kwast in de hand, slappe hoed op het hoofd. Een jonge zelfbewuste kunstenaar, die duidelijk weet dat hij boven het maaiveld uitsteekt. Hij bleef overigens niet braaf in de collegebanken zitten. Hij bezocht de musea, maar nog liever slenterde hij langs de boulevards van Brussel om arbeiders te observeren en te tekenen. 's Avonds at hij graag met hen.

Courbet
Een resultaat van die straatobservaties is het schilderij 'l'Enterrement' (1883). Werklieden nemen hun hoed en pet af voor een begrafenisstoet. De voorgrond met de mannen is donker, de omgeving en achtergrond zijn licht geschilderd. Toorop experimenteerde volop met verschillende technieken en stijlen. Dit schilderij doet denken aan het realisme van Gustave Courbet, van wie hij het jaar ervoor werk had gezien bij een bezoek aan Parijs. 'L'enterrement' werd wisselend ontvangen door de Belgische kritiek. 'Toorop zoekt nog zijn weg, maar we twijfelen of hij deze zal vinden'. Opmerkingen als 'Delicaat en gedurfd', naast 'dof en onzekere hand'. Waardering kregen de oriëntaalse details, zoals het contrast tussen donker en licht, als op Japanse kamerschermen, of het Javaanse meisje dat achter een van de wegwerkers op een bankje zit. (cat.p71) Met de erkenning van Toorop's achtergrond als 'superbe Javanais', zoals Paul Verlaine hem omschreef, krijgt zijn werk andere betekenissen dan alleen maar de constatering 'duidelijke invloed van Signac, van Gauguin, Jozef Israëls, Mondriaan, etc.' Zoals Toorop zelf stelde: 'Iemand die mij niet ziet in mijn oosterse gedachtewereld en de bezwerende teksten niet verstaat die ik in de kunst heb aangevoeld, kan mijn werk niet begrijpen'.

 
Jan Toorop, 'Zelfportret in het atelier met Javaanse gewaden', 1880, olieverf op doek, 45 x 32,5 cm. Kunstmuseum Den Haag.

Huwelijk
In Brussel ontmoette Toorop in de zomer van 1884 'de mooie elegante' Annie Hall, een Schotse die in Ierland geboren was in een welvarend gezin en in Londen woonde. Ze vertrokken in de herfst samen naar Londen, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk nog schrijnender waren dan in Brussel en die hem diep troffen. Hij maakte eindeloos veel tekeningen van straatsloebers, arbeiders en muzikanten. Zijn werk verkopen in Londen lukte niet. Wel na terugkeer in Brussel. Hij trouwde met Annie in 1886 en schilderde haar en haar zussen ettelijke malen in rijke witte jurken. Maar het zou geen gelukkig huwelijk worden. Jan was een wispelturige, ontrouwe bon vivant. Al voor zijn huwelijk had hij syfilis opgelopen.

Vanaf 1887 brak een ellendige periode aan voor het echtpaar Toorop-Hall. In september van dat jaar verloren zij hun pas geboren dochtertje. Jan dreigde door de syfilis ook nog eens blind te worden en verlamd in zijn benen. Hij wist niet of hij ooit weer zou kunnen schilderen. Hij liet zich behandelen in een Brussels ziekenhuis en daar kreeg hij een nieuwe klap te verwerken: zijn vader, die hem financieel steunde, was gestorven. Om vrede te verwerven in deze periode van dood en verdriet, vond hij zichzelf terug in zijn eigen cultuur. Hij las in het ziekenhuis de Veda-geschriften en Oosterse drama's (Jenny Reynaerts, Spiegel van de werkelijkheid, Rijksmuseum 2019, p. 344). En hij herstelde enigszins van zijn ziekte. In 1890 keerden Jan en Annie terug in Nederland en vonden een huis in Katwijk aan Zee. De huwelijkscrisis was nog niet voorbij en is eigenlijk nooit gestopt, op een korte periode na, na Jans toetreding tot het katholieke geloof van Annie.

Nieuwe stijl
In Katwijk probeerde Jan in een nieuwe stijl vorm te geven aan zijn gevoelens. Hij greep terug op de kleuren uit zijn jeugd en stilistische elementen uit de batikpatronen. Hij noemde het werk de 'Hetaere' (1890), de courtisane. De jonge vrouw in de voorstelling lijkt op een stralende jonge bruid, in haar half-transparante zwierige gewaad, met okergele en blauwachtige kleuren. Het werk kan getypeerd worden als 'pictorial fusion', een mengsel van oosterse en westerse technieken: olieverf en potlood, krassen met het hout van het penseel, en van voorstellingen: de slang aan de voeten van de Hetaere en de Hollandse bloemen. De vissers op het schilderij dragen Hollandse kledij. De vrouwen hebben Aziatische gezichten, getekend met potlood, onder geverfde witte Zeeuwse mutsjes. De achtergrond, de zee, is dun geschilderd en de voorgrond, de jungle, zeer dik.

Met dit schilderij begon Toorops symbolistische periode, waarbij lijn en kleur bedoeld zijn om een bepaalde gevoelsstemming weer te geven. De 'Hetaere' is nogal vrolijk van kleur, maar in dit geval is vooral het onderwerp de sleutel naar het toenmalige gemoed van Toorop.

Oorspronkelijk had Toorop dit schilderij 'Vrouw van de zee' genoemd, vermoedelijk naar een toneelstuk van Henrik Ibsen, dat over een vrouw gaat die maar niet kan kiezen tussen haar man en gezin, en een matroos waar ze mateloos verliefd op was geworden. Toorop zat in eenzelfde crisis, alleen was hij het die niet kon kiezen. Zijn crisis werd nog verergerd door zijn ziekte, de dood van zijn kindje en het overlijden van zijn vader.

Jan Toorop, 'O Grave, where is thy Victory?', 1892, potlood en krijt op papier, 60,4 × 75,3 cm. Bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam.

Charley
De geboorte van zijn tweede dochtertje, Charley, inspireerde Toorop tot een optimistischer werk, 'De nieuwe generatie' (1892). In het midden van een Oosters ogend sprookjesbos, vol grillige planten, rare beesten, geschilderd in dikke strepen en grillige patronen van paarse, groene, purper en blauwe kleuren die zich herhalen, zit een meisje op een kinderstoel. Je zou zeggen, een variant op Alice in Wonderland.
In dezelfde periode tekende Toorop met potlood en krijt op papier elegante, uitgerekte vrouwenfiguren, met blote borsten en lange armen, eindeloos golvend haar en heel lange vingers. Eigenlijk zoals de Javaanse Wajang-koelit poppen uit het traditionele wajang schaduw spel. (cat. 45) Ze lijken als goede en kwade geesten rond te zweven in 'De drie bruiden' (1891), 'Oh Grave, where is the victory?' (1892) en 'Fatalisme' (1893). In 'Fatalisme' heten zij 'sylphiden' die, zo zegt Toorop zelf, de kwade krachten van het noodlot belichamen, in de 'Drie bruiden' heten ze 'serafijnen', engelen van de hoogste rang en in 'Oh grave' zijn het vrouwen in het zwart die hun prooi overrompelen en verslinden. Hoewel sylphiden in de romantiek zeker geen kwade krachten, maar lichte luchtwezens zijn, met soms verleidingskracht, is duidelijk dat Jan Toorop een wisselend vrouwbeeld wilde laten zien met zijn eigen bijbehorende associaties.

Slaolie
Toorop wilde als sociaal bewogen kunstenaar zijn kunst ook toegankelijk maken voor een breed publiek. Hij ging in 1894 akkoord met een opdracht voor de Delftsche Slaolie fabriek. De lange dunne 'Javaanse' vrouwen keerden terug in een affiche, dat wel het bekendste affiche uit de Nederlandse reclame-geschiedenis geworden is. De Nieuwe Kunst (Art nouveau), verwant aan de Japanse tekenkunst en voor Toorop aan de Javaanse dans, kreeg van het brede publiek als bijnaam: 'slaoliestijl'. De raadselachtige Toorop werd in die tijd nog steeds niet alom gewaardeerd. Een recensent noemde hem 'een delicate barbaar' (cat.52), Lodewijk van Deyssel zette Toorop neer als een 'vermenselijkt dier', diep verbonden met de aarde en zijn land van herkomst (cat.52).

Slechts één enkel kunstwerk liet Toorop in zijn land van herkomst achter. Boven de ingang van het pand Gedung Singa in Surabaya, ontworpen door H.P. Berlage voor de Levensverzekeringsfirma De Algemene, is een tegelplateau van Toorop ingemetseld. Het heeft overeenkomsten met zijn tegeltableau in de Amsterdamse Beurs, ook van Berlage, maar is raadselachtiger. De middenfiguur is een man met uitgespreide vleugels. Als een beschermengel zorgt hij voor vrouw en kinderen. Op zijn borst staat een omgekeerde passer als een A, een symbool uit de vrijmetselarij. De bloemen kunnen pinksterbloemen zijn, die staan voor hoop. De linker vrouw is duidelijk een Europese dame in moderne reformstijl, de rechter vrouw is een Indonesische gekleed in sarong en kebaya. Beide dames zijn even groot, gelijk dus.

Beurs van Berlage

In Nederland zijn ook een paar tegeltableau's van Toorop te zien. In het Kunstmuseum in Den Haag en in Haarlem in de kathedraal St. Bavo. De bekendste is aangebracht in de muren van de Bistro van de Amsterdam Beurs, 'Heden', 'Verleden' en 'Toekomst'. Een interpretatie van de menselijke geschiedenis op zijn Toorops, sociaal en spiritueel bewogen. Het Verleden toont een onschuldige maagd tegen de achtergrond van zwoegende slaven. Dat was de tijd van sloven en onderdanigheid. In het Heden staan arbeider en vrouw naast elkaar, verenigd in hun emancipatie. In dit tableau zijn oosterse en westerse kenmerken met elkaar verbonden. In de Toekomst laat Toorop de geestelijke en materiële wereld samenvloeien bij de put van Jacob. Christus spreekt met een Samaritaanse vrouw (Johannes 4) over het ervaren van eeuwige vriendschap met God, een boer staat terzijde en in de tuin achter de put zijn gelukkige paartjes te zien.

Doop
Toorop was een gelovig mens. In 1905 lieten hij en zijn dochter Charley zich dopen in de katholieke kerk. Annie, zijn vrouw, was al van huis uit katholiek. Het katholieke geloof en de bijbehorende dogma's gaven Toorop geestelijke houvast en rust. Jan, die constant worstelde met zijn overspeligheid en huwelijkstrouw, hoopte op deze wijze ook de crisis in zijn huwelijk te bezweren.

 
Jan Toorop, 'Delftsche Slaolie', 1894, lithografie, 95 x 62,5 cm. Bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam.

Zijn katholieke geloof uitte hij in de laatste periode van zijn leven in geometrische schilderijen van de staties en heiligen. Geometrische vormen, strakheid en strengheid, zorgden behalve voor rust en ontroering, ook voor een zekere monotonie. Los van Indië is ook het 'Europese' werk van Toorop, zoals 'De zee' (1887), 'De arrestatie' (1885), 'Landschap met vaart' (1889) een bezoek aan Singer waard. Per slot legde Toorop de basis voor het modernisme in ons land. Bovendien krijgt de bezoeker ook nog eens werk te zien van vele beroemde tijdgenoten die hem beïnvloed hebben, zoals Paul Signac, Matthijs Maris, Floris Verster, Maurice Denis, James Ensor, Jozef Israëls, Vincent van Gogh, Georges Seurat. Om er slechts een paar te noemen.

De werelden van Jan Toorop, t/m 10 mei 2026, Singer Laren, Oude Drift 1, Laren. Website: www.singerlaren.nl.

Peter van Dijk is journalist.

Terug naar boven | Print dit artikel! | LEES MEER ARTIKELEN OP DE PAGINA ACTUEEL

Verder in dit nummer:
 

Actueel

Claire Tabouret – Van Pentecôte tot Battleground, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

Glas als taal, niet als spektakel,
door Han de Kluijver

Shilpa Gupta – echo's van gesmoorde stemmen uit het verleden, door Joke M. Nieuwenhuis Schrama

In memoriam – Václav Cigler (1929–2026),
door Han de Kluijver

Korte berichten

 

Agenda
actuele exposities in Nederland en België

Uitgelicht
opmerkelijke
kunstberichten

Archief
vorige nummers

Colofon
over Het Beeldende Kunstjournaal

 

Nieuwsbrief
Verschijnt als er een nieuw nummer uit is.
Aanmelden kan door
een e-mail te sturen
naar nieuwsbrief.bkj@
gmail.com
.

Facebook
Bezoek Het Beeldende Kunstjournaal op Facebook! Wordt fan!

Oproep
Vrijwiligers gezocht! Lees meer.